Leerling in de kijker: Lena Dejonghe

Dat onze school verschillende talenten heeft, weten we ondertussen al. Een van die talenten is schitterend in een niet-zo-bekende sport. We hebben het over Lena Dejonghe, 15 jaar en leerling in 3 Economie B. Ze behaalde met haar twee ‘collega’s’ Shelsy Huys en Anika Michiels de titel van provenciaal kampioen en hoogste Belgische formatie op het MIAC (Maia International Acro Cup) in de discipline Acrogym. Wat dit precies inhoudt, vroegen we haar zelf.

Y’All: Eerst en vooral, een dikke proficiat met de vele overwinningen op je palmares! Maar wat is acrogym nu eigenlijk?

Lena: Acro is een discipline binnen de gymnastiek. Deze sport wordt in team uitgeoefend. Je hebt in acro zelf twee verschillende elementen, namelijk tempo en balans. Tempo is wanneer de bovenman van de partners loskomt, dus eigenlijk in de lucht wordt gegooid en salto’s draait. Bij balans houd je elkaar de hele tijd vast en doet de bovenman van alles op de ondermannen zoals handstand. Daaronder kan je verschillende onderbouwen hebben door de onderman(nen).

lena dejonghe

Y’All: Wauw, dat lijkt ons zeer moeilijk en gevaarlijk. Op welke leeftijd ben je er mee begonnen en vanwaar komt je interesse in acrogym?

Lena: Op mijn achtste ben ik eens naar een tuinfeest van een turnclub uit ons dorp gaan kijken. Acro zelf sprak me meteen aan. Het was zeer ‘cool’ om naar te kijken en mijn besluit stond meteen vast: “Dit moet ik ook gaan doen!”. Ik heb toen een paar testtrainingen gedaan als bovenman en ik mocht blijven. Ik heb twee jaar in die club, Pac Sam en Ves, geturnd tot mijn trainer daar werd ontslagen. Toen ben ik opnieuw testen gaan doen bij een andere club, Ambitious Pro Gymnastics, een van de drie topclubs acro in België. Daar turn ik nu al zes jaar.

Y’All: Wat we ons dan afvragen: om zo goed te worden heb je toch veel training nodig? Hoeveel uren per week train je ongeveer?

Lena: Ik sport 18 uur per week in mijn huidige club, Ambitious Pro Gymnastics. Vandaar dat ik buiten acro niet echt andere intresses heb. Met school en training heb ik amper nog tijd om nog iets anders te doen.

Y’All: Dat kunnen we ons voorstellen. Je traint in groepsverband; heb je dan ook een goede band met je collega’s Shelsy en Anika?

Lena: Een hechte band wel, maar dat is natuurlijk niet een zonder problemen. Dat is ook onvermijdelijk als je 18 uur per week samen traint. We worden in formaties geplaatst door de trainers. Ze gaan niet uit van wie met elkaar bevriend is, maar ze houden rekening met niveau, leeftijd en lengte. Dit maakt het natuurlijk moeilijker want je kiest je eigen partners niet. Hierdoor bestaat de kans dat je niet zo goed bevriend bent met je partners. Er bestaat ook een kans dat je elk jaar andere partners hebt. Dit is mijn eerste jaar in deze formatie, maar de vorige drie jaar als bovenman zat ik wel steeds in dezelfde formatie. Daardoor kan je een hechtere band opbouwen met je partners.

lena dejonghe

Y’All: Mensen die geboeid zijn door acro, wat moeten ze kunnen om deze sport te beoefenen?

Lena: Kracht, lenigheid en een beetje kunnen dansen is wel nodig voor acrogym. Maar één van de belangrijkste dingen is natuurlijk discipline en doorzettingsvermogen. Acro is een harde sport en vraagt veel tijd. Dat het een teamsport is, maakt het er niet gemakkelijker op.

Y’All: Oké, bedankt voor je tijd! Als laatste zijn we toch nog benieuwd naar hoe de selectiewedstrijden waren voor het EK.

Lena: De selectiewedstrijden zijn zeer goed gegaan, maar in acro wordt elke kleine fout afgestraft en dat is natuurlijk zeer bepalend voor je plaats. We hebben wel nog een kans om door te gaan naar het EK, maar we hebben zelf beslist om niet meer deel te nemen aan de tweede selectiewedstrijd op 3 mei.

Leerling in de kijker: Lander Casier

Velen van jullie zullen het wel gezien hebben: het prachtige optreden van Lander, 15 jaar, op het Vrij Podium. Hij kwam uiteindelijk ook als winnaar van die dag uit de bus. Maar sommigen zullen zich misschien afgevraagd hebben: “Wie is die Lander nu eigenlijk? Danst hij al lang? Waar is hij ooit begonnen? En is hij nog vrijgezel?”. Lees snel het interview om wijzer te worden!

Y’All: Waar en wanneer ben je begonnen met dansen?

Lander: Ik ben begonnen toen ik vijf jaar oud was, bij dansgroep ‘Nele’. Daar ben ik gebleven tot het 3e leerjaar, want dan ben ik bij de dansschool van Studio 100 gegaan. Na twee jaar ben ik dan toch teruggekeerd naar dansgroep Nele en heb ik me daarnaast ook ingeschreven bij de academie in Lebbeke. Sinds dit jaar ben ik overgestapt van dansgroep Nele naar Dansateljee.

Y’All: Wauw, dan dans je vast al op een hoog niveau! Moet je dan veel trainen per week?

Lander: Best wel, ik dans in totaal 10 uur en een half per week. Dit houdt dan verschillende stijlen in: vier uur ballet, drie uur en een kwartier modern jazz, anderhalf uur hedendaagse dans en een uur en een kwartier selectie. Tijdens ‘selectie’ ben je in een groep met de beste dansers, die daar dansen aanleren om op optredens uit te voeren.

Lander dans 2

Y’All: Heb je een favoriete dansstijl?

Lander: Zeker en vast, hedendaags! Al vind ik ballet ook wel leuk omdat het echt de basis vormt van de meeste andere dansstijlen. Maar als ik moet kiezen, ga ik toch voor de hedendaagse dans.

Y’All: Je hebt vast al ervaring met optreden voor een hoop mensen. Vond je het leuk om eens op een podium te staan voor leerlingen van onze school?

Lander: Ja en neen. Ik had al eens meegedaan toen ik in het eerste middelbaar zat, dus ik had wel stress, maar niet zo veel als toen. Ik keek er wel naar uit want niets is zo leuk als op een podium staan! Toch had ik toch nog wat zenuwen, waarschijnlijk uit schrik voor wat anderen erover zouden zeggen. Er kunnen honderd mensen zeggen dat het goed was, maar er zal misschien wel één persoon zijn die het niet goed vond en dan wil ik echt weten waarom… Maar uiteindelijk blijft het altijd leuk om je passie voor iets te kunnen tonen.

Y’All: Is er een reden in het bijzonder waarom je meegedaan hebt?

Lander: Ik wou iedereen laten zien dat dansen echt niet alleen voor meisjes is. Veel mensen denken nog steeds dat dansers ‘slappe mensen zijn die wat rondspringen in roze tutu’s’. Dat vind ik een volledig verkeerd beeld. Als danser moet je een goed lichaam hebben dat sterk genoeg is om jezelf en anderen te kunnen dragen. Ik wou door mijn deelname ook eens zeggen: dit ben ik, so deal with it. Dit jaar kwam er nog iets extra bij. Bij mijn optreden op het Vrij Podium droeg ik een zwarte T-shirt met het opschrift ‘Dancer against cancer’. Dit is een organisatie opgestart door iemand waar ik vroeger mee danste. Alle opbrengsten van de verkoop van de T-shirts gaan naar Stichting Tegen Kanker. Ikzelf vond dit een zeer mooi initiatief en kocht dan ook direct een T-shirt. Ik dans ook veel optredens in dit T-shirt om aan de mensen te laten zien dat kanker iets vreselijks is en dat alle hulp nodig is!

Lander dans 1

Y’All: Dat is inderdaad een heel mooi initiatief! Bedankt voor dit interview en nog veel succes plezier met het dansen. Voor zij die willen weten of Lander nog vrijgezel is, aarzel vooral niet om het hem te vragen want Y’All biedt het antwoord niet. (Sorry!)

In de kijker: de twee mannelijke vervangleerkrachten

Het was een suggestie van een lezer om de twee jonge vervangleerkrachten van Aardrijkskunde en Engels/Nederlands eens te interviewen. Zo gevraagd, zo gedaan, dus maakte Y’All net voor de paasvakantie een praatje met mr De Rouck en mr Van Kampen. Intussen zijn ze al enkele weken niet meer op onze school, dus hoog tijd voor een terugblik!

Mr De Rouck

  • Naam: Arnaud De Rouck
  • Leeftijd: 21 jaar
  • Woonplaats: Berlare (het mooiste dorpje ter wereld)
  • Studies: leerkracht aardrijkskunde

Meneer De Rouck vond het wel spannend om enkele weken op het SVI te komen werken. Hij had zeer weinig ervaring met lesgeven dus daarom was het in het begin allemaal een beetje onwennig. Eens aangekomen op onze school voelde hij zich direct thuis. Er heerste een gezellige sfeer tussen de collega’s en dat maakt het voor hem veel aangenamer.

In zijn paasvakantie spendeerde hij zijn tijd aan voorbereidingen voor zijn volgende job, namelijk leerkracht WERO in het lager onderwijs. Meer details over zijn privéleven konden we niet achterhalen. Helaas… (Y’All biedt zijn oprechte excuses aan.)

Als laatste vroegen we wat het voor hem betekende om de zonsverduistering op onze school te ervaren. Meneer De Rouck reageerde positief en vertelde dat het een moment was om nooit te vergeten!

mr Van Kampen

  • Naam: Thomas van Kampen
  • Leeftijd: 24 jaar
  • Woonplaats: Overmere
  • Studies: leerkracht Engels en Nederlands

Thomas van Kampen, invaller voor mevrouw Paquet, had slechts twee weken ervaring toen hij hier kwam lesgeven. De eerste indruk die hij kreeg, was een leuke school met toffe collega’s en brave leerlingen waar hij warm werd ontvangen.

Tijdens zijn paasvakantie paste hij een week op iemand anders zijn hond, dogsitting, zoals hij het zelf noemde. Daarnaast vertoefde hij enkele dagen in de Ardennen met een groepje vrienden. Gezelschapsspelletjes spelen stond dan zeker op het programma. Voorlopig slaagde hij er niet in een nieuwe job te vinden.

Tenslotte wilden we nog weten wat meneer Van Kampen vond van zijn ‘naamgenoot’ (fonetisch weliswaar) Johan Van Campe.
Hij maakte slechts één keer een praatje met meneer Van Campe en het leek hem een serieuze, maar vriendelijke en aangename man.

Exclusief: wij verkenden parcours eindejaarsreis

Zoals steeds verzorgt de vrije ruimte ‘Reizen’ de eindejaarsreis van de zesdes. Dit jaar heeft de reis als bestemming Toscane. Nu wil het lukken dat wij, de redactie van Y’All, hier reeds geweest zijn. Onze ervaring leert ons echter dat deze bestemming zeker niet aan te raden is. Integendeel, zo is er een uitstap gepland naar de Ponte Vecchio over de rivier Arno. Zoals te zien op de foto gaat het over een gewone brug waar toevallig enkele huisjes aangeplakt zijn. We ervaren letterlijk meer plezier door over ’t Saske te stappen dan dit te ‘bewonderen’.

Of toch maar 't Saske?
Of toch maar ’t Saske?

Een tweede trekpleister die Toscane te bieden heeft, is het stadje Lucca. Al vroeg in de geschiedenis heeft de stad een belangrijke plek in weten te nemen tijdens de Romeinse tijd. Destijds werd de stad bezocht door personen als Julius Caesar en Pompeius. Ook tijdens de Middeleeuwen werd de stad vaak genoemd. Niet alleen voor zijn pelgrimstochten, maar ook tijdens de bloeiende periode waarin Lucca bekend stond als handelsstad voor textiel.

Vandaag kennen we de stad vooral als stad met veel historische bezienswaardigheden, monumenten en uit de boeken van Dan Brown. Hierin staan meer dan eens verwijzingen naar het werk van Dante Alighieri, de Florentijnse dichter die bekend werd om verschillende werken als ‘La Divinia Commedia’ en ‘Inferno’. Maar zeg nu zelf, wie interesseert zich in Lucca? Wat heeft De Grote Markt van Dendermonde niet dat Lucca wel heeft? Integendeel, de prijzen hier schieten de hoogte in, de terrasjes zitten vol stereotype toeristen, de klantvriendelijkheid van de Italianen is niet om aan te horen en er zijn geen broodjes- en pitazaken in de buurt.

Kan niet tippen aan de Grote Markt van Dendermonde!
Kan niet tippen aan de Grote Markt van Dendermonde!

Waarom niet nog eens een stadsplein bezoeken? Op de foto zie je Sienna. Zoals je kan zien is het niet altijd goed weer. Het grootste deel van het jaar is het hier bewolkt en grijs. Dit plein heeft niet veel meer te bieden dan een saaie geschiedenis en wat paardenrennen. Ongelofelijk hoe veel volk dat laatste trekt. Als je niet vertrappeld wordt door een paard zal het wel door de mensenmassa zijn. We kunnen niet enkel negatief zijn. Net om de hoek van dit plein is een leuke pizzazaak waar je een pizzapunt kan kopen voor slechts vijf euro! Je kan dan met je pizzapunt gezellig gaan zitten op het plein maar let op want de overvloed aan duiven kan wel eens voor problemen zorgen. Gaan eten op restaurant is geen optie want deze zitten vol opgejaagde toeristen.

Het bezoek niet waard.
Het bezoek niet waard.

Vervolgens brengen we een bezoekje aan de Toren van Pisa op het Piazza dei Miracoli, het plein van de wonderen. Dit plein met scheve toren is totaal overroepen. Om te beginnen doet de naam alleen al denken aan een bord lekker eten. In plaats daarvan krijgen we een stuk gras met een scheve toren op te zien. Je kan ook geen twee stappen zetten of je wordt weggeduwd door vervelende toeristen die hopeloos proberen een ‘mega-originele’ foto te nemen waarop zij als het ware de toren zelf scheef duwen. In werkelijkheid lijkt het alsof ze yoga voor 60 plus aan het beoefenen zijn. Voor wie de toren zelf wil beklimmen, heeft veel wilskracht nodig. Eerst moet je in de kilometers lange rij staan. Wanneer je dan eindelijk de kassa bereikt, moet je veel te veel inkomgeld betalen en dan kan je beginnen met een klim van 297 treden naar boven met als enige doel een zwak beeld over de weinig speciale stad. Ik raad de mensen aan naar Parijs te gaan en de Eiffeltoren op te gaan. Het zicht over Parijs ’s nachts en overdag is fenomenaal en je kan bovendien de lift nemen.

Totaal overroepen!
Totaal overroepen!

We mogen niet enkel slecht spreken over de reis die onze vrienden van het zesde jaar organiseren. We zullen het wellicht naar onze zin hebben, hoewel wij zelf voor de sfeer zullen moeten zorgen. De uitstappen zullen we er dan maar bijnemen. Desalniettemin wensen we elke leerling uit het zesde jaar die zich heeft ingeschreven een fijne eindejaarsreis toe!

Creatief met foto’s in Oostduinkerke (mét wall of fame!)

In oktober waren onze derdejaars te vinden in Oostduinkerke en omstreken. Eén van hun vele opdrachten was een creatieve doe-opdracht met foto’s. Wat hield deze precies in, waarom gaven de leerkrachten de opdracht, en hoe zagen de resultaten er uit? Onderaan lees je onze eigen wall of fame, maar eerst schept Mevrouw Lieve De Witte licht in de duisternis.

Y’All: Wat mogen we ons voorstellen bij de foto-opdracht?
DWL: Tijdens de driedaagse aan zee kregen de leerlingen van de derdes de opdracht een sfeervolle fotoreportage te maken over henzelf als groep in de duinen met als thema: ‘Samen doen we het beter’. Bij elke foto moesten ze rekening houden met drie elementen. Een passend perspectief, bijvoorbeeld een extreme close-up, een kikker-, vogel- of neutraal perspectief of een standpunt ten opzichte van het object, zoals een vergezicht, rijen en lijnen. Bij elk perspectief of standpunt moest één van volgende natuurelementen worden verwerkt: de duinpan, de duinhelling, het duinzand, de duinplant, dieren uit de duinen, de zon of de lucht. Als derde element moest de foto een gevoels- of bewegingselement bevatten zoals geluk, extase, verdriet, woede, romantiek, actie en beweging.

Y’All: Waarom vindt u het leerrijk voor de leerlingen?
DWL: Elke leerling nam actief deel aan deze opdracht. Niemand viel uit de boot door het afwisselend rollensysteem dat er in verwerkt was. Het fotograferen werd uit het theoretisch kader van de fysica naar de praktijk gebracht.

Y’All: Is het de eerste keer dat de leerlingen deze opdracht kregen?
DWL: Vorige jaren bezochten we met de leerlingen van de derdes het FoMu (fotomuseum) in Antwerpen waar een workshop in verband met leren fotograferen en foto’s ontwikkelen aan gekoppeld was. Dit jaar stelden we zelf een opdracht samen rond fotograferen. De opdracht bleek bij hun leefwereld aan te sluiten, want de leerlingen reageerden heel enthousiast tijdens het maken van de foto’s. Deze activiteit stond dan ook bij de toppers op het evaluatielijstje van deze driedaagse.

Y’All: Van waar kwam het idee voor de foto-opdracht?
DWL: De leerkrachten wetenschappen en cultuurwetenschappen werken reeds een aantal jaren samen rond het thema fotografie. In de lessen fysica komt het thema optica aan bod. Hierbij wordt het foto-apparaat besproken met de werking van de lenzen. Om deze leerstof niet louter theoretisch te benaderen, is deze foto-opdracht ideaal. In het vak cultuurwetenschappen focussen de leerlingen op de foto als een element om cultuur over te dragen. Wat fotograferen mensen en waarom kiezen ze dat onderwerp, perspectief, achtergrond, emotie, …? Wat leert een foto ons over de cultuur van die samenleving?

Y’All: Vindt u de resultaten geslaagd?
DWL: We leerden de leerlingen natuurlijk maar enkele basisprincipes van het fotograferen en de kwaliteit van een foto, genomen met een IPad, is niet te vergelijken met de kwaliteit van een foto genomen met een super gesofisticeerd fotoapparaat. Maar, wij stonden verbaasd over de resultaten. De creativiteit, originaliteit en de doordachtheid waarmee de foto’s gemaakt werden, was verbazingwekkend. De foto’s zijn ronduit prachtig.

Y’All: Welke foto is uw persoonlijke favoriet?
DWL: Ik vind het te moeilijk om er eentje uit te pikken en als topper te beschouwen. Er zijn zo veel prachtfoto’s gemaakt die voldoen aan alle opgelegde normen. Zelf hou ik van eenvoud, spontaniteit en dynamiek in een foto, maar zo waren er vele.

3X3

Drie leerlingen van het derde jaar beschrijven de foto-opdracht in drie woorden:

  • Plezier, vrienden, foto’s ~ Nick Verhavert
  • Leerrijk, leuk, bracht je dichter bij elkaar ~ Caitlin Moyens
  • Tof, geweldig, onvergetelijk ~ Pacifique Dusenge Ischimwe

Wall of fame

Ga met je muis boven een foto om te zien welke klas(groep) deze foto gemaakt heeft!

Bent u ontroerd, verbaasd of nieuwsgierig geworden? Voor de volledige reportage verwijzen wij u graag door naar http://www.stvin.be!

Onze leerlingen op de Olympiades!

Goed nieuws! Een aantal van onze leerlingen heeft goed opgelet tijdens de lessen en ziet dit beloond met de tweede ronde van hun Olympiade. Wij, van Y’All, hebben niet deelgenomen, want anders was het voor de concurrentie oneerlijk geweest. Wie zijn onze bollebozen?

Naar ronde 2 van de Vlaamse Wiskunde Olympiade:

  • In de derde graad: Anneleen Bollé (5WWiB), Marie Van Hoorick (5WWiB), Tibo Van Vooren (5WWiB), Christiaan Desmet  (6WWiB), Manon Goossens  (6WWiB), Luna Maris (6WWiB), Steven Mortier  6 (WWiB), Sijmen Van den Broeck  (6 EcWi), Nathalie Veyt (6WWiB).
  • In de tweede graad: Glynn Cooreman (4 LATB), Paulien Schillemans (4 LATB), Seppe Willems (4 LATB), Astrid Willockx (4 LATB), Jonathan Demeersseman (4 WET1), Lennert Heirman (3 LATB1), Katia Masuy (3 LATB1).
Naar ronde 2 van de Vlaamse Fysica Olympiade: Mariken Vercruyce en Nathalie Veyt, beiden uit 6WWiB.
wiskunde olympiade

Exclusief: Y’All onderschept geheime scenario van 100-dagen-show!

Voor alle leerlingen die niet kunnen wachten op de 100-dagen-show van 12 februari, of nog niet mogen komen: Y’All geeft hier een klein overzicht van de hoofdacts. Wij hebben een geheime missie ondernomen en met gevaar voor eigen leven het geheime script van de show gestolen. Omdat het onze plicht is onze lezers te informeren, gunnen wij jullie een kijkje in dit top secret document.

Act 1: Dans

De show begint met een dansje van alle zesdes samen. Dit jaar wilden ze geen sexy meisjesdans of grappige jongensdans, zoals al een aantal keer gedaan is, maar ze kozen voor een originele volksdans. De scenarioschrijvers en choreografen lieten zich inspireren door de vele prachtige dansen die op internet te vinden zijn.

Act 2: De wetenschapsrichtingen

Anders dan de andere jaren, kozen de leerlingen ervoor om per schoolvak groepen te vormen in plaats van per klas. De wetenschappers van de zesdes vormen een groep die speciaal voor jullie een aantal proefjes gaan uitvoeren op het podium. De erg interessante proef over hoe grotten gevormd worden zal ongeveer 15 minuten duren. Daarna zal een ander deel van de groep demonstreren hoe ijzer roest, gedurende 20 à 25 minuten.

Act 3: De talenrichtingen

Onze talenknobbels gaan jullie tonen hoe alle moderne talen geëvolueerd zijn uit één oertaal. Om dat duidelijk te maken zullen ze samen met jullie een groot schema maken en in elke moderne taal een tekst voorlezen. Dan roepen ze alle leerkrachten Duits, Nederlands, Engels en Frans op het podium om samen de mooie volksliederen te zingen van respectievelijk Duitsland, België, Engeland en Frankrijk.

Act 4: De richtingen met sterke wiskunde

Om de wiskundige kennis van een aantal leerkrachten te testen hebben deze leerlingen grote sudoku’s voorzien. Ze laten twee leerkrachten om het snelst hun 21×21-sudoku oplossen. Ook willen ze jullie wiskundig inzicht wat bijschaven. Samen met het publiek stellen de leerlingen het bewijs op voor de omtrek van een ellips, ofwel de elliptische integraal. Als jullie daarna nog zin hebben in wat rekenwerk, kunnen jullie meekijken naar een hilarisch filmpje van alle wiskundeleerkrachten die hun eigen favoriete bewijs van begin tot eind uitleggen.

100-dagen-logo

Act 5: De humane wetenschappen

Na het IQ komt het EQ, je empathische vermogen. Onze leerlingen humane wetenschappen leggen jullie uit hoe medeleven werkt en hoe je je correct gedraagt. Ze nemen jullie in een filmpje mee naar een kleuterschool, een lagere school en naar onze middelbare school om jullie het variërende gedrag van opgroeiende kinderen te tonen. Ook een overzicht van alle bekende psychische aandoeningen, hun symptomen en gevolgen mag in hun act niet ontbreken.

Act 6: De economierichtingen

De experts van de economie gaan proberen jullie het wereldwijde wisselkoerssysteem te leren aan de hand van een leuk bordspel. Drie leerkrachten en één leerling spelen dit spel, terwijl het publiek toekijkt. Na een lijst met alle muntstukken en biljetten per munteenheid laten ze jullie nog het proces van het drukken van geld zien van begin tot eind.

Finale

Alle leerlingen komen samen op het podium voor nog een stukje volksdans. Ze nemen daarna elk een emmer water en gooien die tegelijk leeg over het publiek. Ze buigen, krijgen applaus van de leerkrachten en gaan dan meteen naar huis.

Leerling(en) in de kijker: VR Balansen!

Op 19 november was Y’All getuige van het exclusieve toonmoment van de Vrije Ruimte Balansen. De leerlingen zetten in kleine groepjes korte, prachtige optredens neer. Maar wie neemt de leiding over die liftende, balancerende en flexibele zesdes? Y’All strikte mevrouw De Saedeleer voor een interview over het reilen en zeilen van de Vrije Ruimte en deed een video-interview met Guillaume Castermans (6EcWi).

Y’All: Is er een minimum aan ervaring vereist om bij de Vrije Ruimte Balansen te kunnen komen?

Mevr. De Saedeleer: Ja ik kijk daar wel naar en voor leerlingen aan wie ik nog geen LO gegeven heb, vraag ik raad aan de andere leerkracht LO, mevrouw De Landsheer. Zij weet ook wat de balansen inhouden en dan vertrouw ik op haar oordeel. Als zij zegt: “Oei, oei dat gaat niet gaan”, dan laat ik die leerling ook niet toe, want je moet natuurlijk wel een aantal dingen kunnen. Iemand die zo houterig is als wat, of die eigenlijk qua bewegen nogal zwak is, die kan ik moeilijk in de groep zetten.               Bij Piramides, Vrije Ruimte voor 5e jaar, ligt dat een beetje anders omdat ik daar iemand een rol kan geven die wat minder uitgesproken is. Bij balansen kan ik niet zomaar iemand wegcijferen. Iedereen komt aan bod en er zitten sowieso verschillen in de groep, dat maakt het boeiend. Je moet natuurlijk echt wel iets kunnen en de fysieke mogelijkheden hebben om deel uit te maken van de balansen.

Y’All: Zijn er vaste onderdelen die elke Vrije Ruimte terugkomen, zoals een opwarming?

DS: Ja, de opwarming doen de leerlingen altijd zelf per twee. Dat wordt tijdens de eerste Vrije Ruimte al afgesproken. Ik heb een kalender gemaakt om per Vrije Ruimte, per datum, twee namen op te schrijven. Ze mogen zelf kiezen met wie ze samenwerken en dan bereiden ze die opwarming voor. Ze krijgen van mij een papier met tips voor een goede opwarming. Daar staat wat er zeker moet inzitten en het aantal herhalingen, bijvoorbeeld ‘Buikspieren, minimum 50’ en ze mogen dat opsplitsen in bijvoorbeeld 3 reeksen van 20 of 2 van 25. Ze vinden het wel leuk dat ze dat zelf mogen doen en ik doe bijna altijd mee, dan ben ik ook even een leerling in plaats van de leerkracht.

Mevr De Saedeleer
Mevr De Saedeleer

Y’All: Mogen de leerlingen zelf met ideeën komen, of hebt u de balansen al op voorhand bepaald?

DS: Tijdens de eerste sessie in september krijgen ze twee à drie blaadjes met de theorie van de balansen zodat ze weten aan welke principes ze moeten denken, wat ze moeten toepassen voor een goede balans en een goede lift. Er staat ook een opdracht bij en dan moeten ze een aantal balansen opzoeken, liefst op het internet. Op die papieren staan een paar zoektips zodat ze zeker op het goede spoor zitten. Als je op Youtube een goed filmpje vindt, moet je gewoon verder aanklikken en dan kom je er wel. Het internet staat gewoon vól met balansen, ze vinden eigenlijk meteen gigantisch veel. De sessie nadien moeten ze dat indienen. Ik schrijf daar wat commentaar bij of ik kruis aan wat ze zeker moeten proberen. Daarna is het gewoon uitproberen wat wel of niet lukt.

Y’All: Mogen ze dan zelf ook zomaar iets bedenken?

DS: Ja zeker, dat is de bedoeling! Als er bijvoorbeeld een balans is waar ze van zeggen :”Dat gaat niet lukken”, dan moeten ze zelf zien hoe ze die kunnen aanpassen bij de houding van één of meerdere partners zodat het wel haalbaar wordt. Zo leren ze ook dat een foto maar één idee is en dat ze van daaruit verder kunnen werken. Sommige duo’s kunnen zo iets moois doen, dat ik hen de raad geef om die balans nog wat te ‘upgraden’, een beetje moeilijker te maken. Daar zijn ze wel vrij snel mee weg en dat vinden ze wel echt leuk.

Y’All: Voor de balansen moeten ze dus vaak per twee werken, dan is het vast wel nodig dat je van elkaar weet wat je wel en niet kan doen, dat je elkaar goed genoeg kent.

DS: In het begin is het altijd een beetje zoeken, aftasten, als je gaat beslissen met wie je zal samenwerken. Het moet niet alleen klikken met elkaar, het moet fysiek mogelijk zijn natuurlijk. Ik kijk altijd een beetje naar de gestalte en zo’n zaken, maar in het begin laat ik hen zelf kiezen en uitproberen. Er zijn leerlingen die steeds met dezelfde partners willen werken. Anderen willen balans één met die persoon doen, balans twee met een andere ,… Dat was dit jaar nogal verspreid dus ik heb moeten zoeken hoe ik groepjes zou maken. Ik hebben al toonmomenten gedaan met groepjes van twee, nu waren het groepjes van vier en één van drie zodat ze binnen hun groep konden verschuiven en zo kwam het eigenlijk beter uit.

Y’All: Zijn er veel verschillende toonmomenten om naartoe te werken per jaar?

DS: Nee, er zijn eigenlijk maar twee grote pieken: het eerste toonmoment was op 19 november, de laatste sessie van het trimester en nu is het werken naar de proclamatie van de zesdes. Dat is hun grootste toonmoment van het schooljaar en dan hoop ik dan ze het op 30 juni nog eens willen tonen op de proclamatie van de lagere jaren. Ze moeten dat dus normaal twee keer opvoeren maar als er mensen zijn die dat niet willen, dan gaat het niet door, wat altijd wel jammer is. De huidige vijfdes kunnen dan niet zien wat die balansen eigenlijk doen. De groep vindt het meestal wel fijn dat ze het meerdere keren mogen opvoeren, anders zou dat alleen op de avond van de proclamatie zijn.

Y’All: Het toonmoment is dus eigenlijk een soort beloning voor al hun harde werken?

DS: Absoluut, het eerste toonmoment gaan we proberen versmelten in één nummer dat dan hun eindnummer wordt. Daar komt natuurlijk heel veel bij kijken. Timing bijvoorbeeld is heel belangrijk. We moeten steeds proberen op de muziek te werken en ook eerst al afspreken welke muziek we gebruiken. Dan is het puzzelen, puzzelen, en blijven puzzelen tot alles heel vlot verloopt.

Y’All: Dan nu nog een laatste vraag: vindt u het leuk om de Vrije Ruimte Balansen te begeleiden, of zou u liever wat zaken veranderen?

DS: Ik zou liever élke week twee lesuren hebben! (lacht) Leuk is eigenlijk te zacht uitgedrukt, ik vind het ongelofelijk tof! Da’s eigenlijk wat ik het liefste doe hier op school, mijn favoriete opdracht is het begeleiden van de Vrije Ruimte Balansen. Vooral omdat dat dan steeds werken is naar dat toonmoment op het einde van het jaar en je mag daar dan alles bij betrekken, zoals kostuums, decor belichting, speciale effecten, om alles echt tot in de puntjes af te werken. Dan zijn de leerlingen zo trots als ze alles kunnen tonen aan hun jaargenoten en de rest van de mensen die er bij zijn. Dat is hun moment, maar ook een beetje mijn moment. Ik vind het superleuk!

Y’All: Bedankt voor het interview en nog veel plezier met het begeleiden van de Vrije Ruimte!

Een impressie van VR Balansen van enkele jaren geleden:

Leerling(en) in de kijker: Moving Baasrode

Hong Kong is niet bij de deur, dat staat vast, maar toch liepen er deze zomervakantie een horde SVI’ers met hun vrienden rond. De ropeskippers van Moving Baasrode mochten naar het WK dat daar plaatsvond en zijn er van 25 juli tot 6 augustus gebleven. Ze waren er om te trainen en om deel te nemen aan de wedstrijd, maar ook om de stad te bezoeken. Y’All kon Lisa Mettepenningen (3GRIE), Chiara Mortier (3WET2), Klaas Mertens (2GRLA) en Lisa Tieleman (2MODa), een aantal enthousiaste springers, interviewen.

Y’All: Hoe zijn jullie op het idee gekomen om te gaan ropeskippen?

Moving Baasrode: Om verschillende redenen, maar velen zijn gekomen door aanbeveling van vrienden of door flyers in de brievenbus en posters. Eens je begint, zie je dat ropeskippen niet alleen het klassieke ‘touwtjespringen’ is. Er zijn verschillende onderdelen, zoals bijvoorbeeld ‘dubble dutch’, namelijk met meerdere mensen of alleen in twee lange touwen springen.

Y’All: Iedereen kan allicht wel wat springen in een touw, maar wat moesten jullie dan doen tijdens de wedstrijd?

MB: De teams moesten proberen twee jury’s te overtuigen met een soort optreden op muziek. De juryleden waren verdeeld over de verschillende categorieën. Ze keken dan per twee naar aparte onderdelen. Sommigen keken of iedereen in het ritme sprong, of er fouten waren bij overgangen of grotere trucjes zoals ‘dubble dutch’. Zij gaven dan punten en natuurlijk krijg je minder punten bij fouten, maar ook als je veel makkelijke sprongen doet. Coole stunts zorgen dus voor meer punten, maar dan is het risico op fouten wel weer groter. Uiteindelijk krijgt ieder team een score op 1000.

moving baasrode 2

Y’All: Wat hebben jullie allemaal gedaan voor de wedstrijd?

MB: Veel gewerkt natuurlijk! We hebben eerst een jaar geoefend in Baasrode, selectiewedstrijden gedaan en dan was er nog een hele dag training in Hong Kong vlak voor de wedstrijd. Alles moest af zijn voor de performance, want wat fout ging, zorgde voor minpunten. We konden Hong Kong ook niet verlaten zonder wat van de stad gezien te hebben, dus maakten we drie uitstappen met onze groepen. We bleven ook om te kijken naar de wedstrijden van de anderen, want niet iedereen van Moving is even oud of moest op dezelfde dag springen.

Y’All: Heeft al dat werk dan geleid naar een goed resultaat?

MB: Alle leden van Moving zijn in de top tien geëindigd. We kunnen trots zijn op onze prestatie!

Y’All: Zeker en vast! Proficiat en nog veel plezier met het springen!

moving baasrode 1

 

Meer info? Check de website van Moving Baasrode!
Zelf een idee voor een leerling in de kijker? Laat het ons weten op yallstvin@gmail.com !

Leerling in de kijker: Alec Boutmans (6WEWIA)

Het is waarschijnlijk de droom van elke student: de eerste week van het nieuwe schooljaar niet op die suffe banken moeten zitten. Voor de zestienjarige Alec Boutmans uit 6 WEWIA werd die droom werkelijkheid. Van 3 tot 6 september was Alec te vinden in Madrid, Spanje, met zijn nationale team The Mighty Devils. Ze namen deel aan de kwalificatierondes van het WK floorball in Zweden, dat plaatsvindt in december dit jaar. Wat houdt floorball eigenlijk in, en wat maakt het zo leuk? Y’all zocht het voor jullie uit.

Y’All : Hoe ben je met die sport in contact gekomen?

Alec : Ik heb de sport leren kennen door mijn tennistrainer, hij was ook floorballcoach bij Aalst. Ondertussen speel ik al 11 jaar floorball waarvan 2,5 jaar voor de nationale ploeg van de negentienjarigen, ‘The Mighty Devils’.

Y’All : Wat houdt floorball nu precies in?

Alec : Het is een sport die lijkt op zaalhockey. Je speelt het met sticks (net zoals bij hockey) maar met een hard, plastic balletje met gaten, niet met een puck. Sommigen onder jullie zullen wel al eens een wedstrijdje floorball gespeeld hebben in de LO-les.

Alec in actie

Y’All : Hoe is je week in Madrid verlopen?

Alec : Op de kwalificaties zijn we goed gestart, we wonnen met 10-1 van Engeland. De tweede wedstrijd verloren we jammer genoeg van Estland, de favoriet, met 4-8. Ook al wonnen we niet, we hadden toch een erg goede wedstrijd gespeeld. Onze derde wedstrijd was tegen thuisland Spanje, waarvan we verloren met 5-9. De laatste wedstrijd sloegen we terug tegen Oekraïne en dus konden we eindigen met een overwinning.

Voor deze kwalificaties hebben we 2 jaar van voorbereiding achter de rug met veel internationale oefenmatchen tegen bijvoorbeeld Nederland, Spanje,…

Enkel het land dat op de eerste plaats eindigt mag door naar het WK, in dit geval was dat Estland. Hoe dan ook zijn we erg tevreden met het resultaat! Nu kan ik misschien bij het nationale herenteam spelen. Ik heb al een weekend meegetraind, maar ik weet nog niet zeker of ik mag blijven.

Y’All : Wat maakt van floorball een speciale sport voor jou?

Alec : Ik speel echt heel graag floorball want het is een snel en intensief spel, maar vooral omdat het een teamsport is. Misschien is het een iets minder bekende sport, maar als er iemand geïnteresseerd is, kan je het me gerust vragen! (lacht)

Y’All : Proficiat met jullie prestatie en nog veel floorball-plezier!

 alecploeg

Heb je zelf een idee voor een leerling in de kijker? Laat het ons weten via yallstvin@gmail.com!